Studio Jona is mijn denkbeeldige boomhut. Hier smeed ik – Jona Dekker – mijn verhalen en beelden, uit eigen beweging en in opdracht. Ik studeerde ooit beeldhouwen en journalistiek, werkte als freelance journalist voor talloze media en (culturele) instellingen en als fondsenwerver en zakelijk leider bij Nowhere / Poetry Circle.
Dat klinkt als veel verschillende dingen, maar alles wat ik doe draait om het vertellen van verhalen, zowel in woord als in beeld. Verhalen vertellen is de oervorm van communicatie en mijn grote passie. Inmiddels put ik uit een flinke gereedschapskist en ben vanuit mijn eigen studio inzetbaar als allround storyteller: illustrator, conceptontwikkelaar, schrijver en schrijf/visiecoach, community artist en constructief journalist.
Visie
De wereld bestaat uit 8 miljard middelpunten (alle mensen), en nog veel meer als je alle planten en dieren meetelt. Ik geloof dat iedere stem en ieder perspectief waarde heeft. Mijn diepste hartewens is radicale gelijkwaardigheid, waarbij élk perspectief op aarde meetelt en respect verdient.
“Hoe ziet de wereld eruit als ik door jouw ogen kijk?”
Nieuwsgierig als een kind ga ik te werk, vanuit deze centrale vraag. Wat me fascineert en wat ik eigenlijk doe, is het verzamelen van perspectieven. Van manieren van kijken.
Ik geloof dat als we elkaars perspectief leren kennen, dat we dichterbij elkaar komen. En dat je dichterbij jezelf komt, als je geraakt wordt door kunst.
Ik ben daarnaast gefascineerd door de magie van verbeeldingskracht.
Wat mij zo raakt aan verhalen en illustraties, is hun verbeeldingskracht. Ze openen een luikje in je hoofd, waardoor je even door een ander raam naar buiten kijkt. Als je een reportage leest in de krant die beeldend geschreven is, voelt het alsof je erbij bent. Als je leest over iemands leven of visie, dan kijk je even door diens ogen. Een rake illustratie is letterlijk als een venster waar je doorheen kijkt. Als je geraakt wordt door een verhaal of een kunstwerk, kan het zelfs voelen alsof iemand naar jóu kijkt. En jou écht ziet.
De maker of de verteller – iemand ergens op aarde of uit een andere tijd – komt even heel dichtbij en raakt iets in je. Vertelt jouw verhaal, of juist een totaal ander verhaal. Soms kijk je erna anders naar jezelf of de wereld om je heen. En het mooie is: een verhaal of kunstwerk dat indruk maakt, vergeet je niet meer. Verhalen beklijven meer dan harde feiten of kale cijfers. Ze geven betekenis. En als het gaat om co-creatie: ook zelf iets maken of schrijven opent nieuwe deuren, naar nieuwe werelden waarvan je het bestaan niet wist. En samen maken opent ook vaak een gesprek, waardoor je elkaars perspectief leert kennen.
Waar mijn eigen blik vandaan komt
Geen schrijver of kunstenaar is neutraal. Ik kijk vanuit mijn eigen unieke positie naar de horizon, net als iedereen. Mijn visie is gevormd door het pad dat ik heb bewandeld. En dat begon al in mijn kindertijd…
1983-1989 | Dichterbij elkaar – Een kind tussen twee vuren
Al heel jong leerde ik dat zelfs mensen die een bed hebben gedeeld, totaal verschillend naar dezelfde werkelijkheid kunnen kijken. Toen ik één was gingen mijn ouders uit elkaar. We woonden in een grote woongemeenschap – een oud ziekenhuis met eindeloze gangen en meerdere afdelingen. Mijn vader woonde met zijn nieuwe vriendin ergens boven, mijn moeder beneden bij de tuin. Het voelde als een ander universum: de ene helft van de week woonde ik in het ene sterrenstelsel en de andere helft lichtjaren ervandaan. De huizen van mijn ouders lagen op loopafstand van elkaar, maar gevoelsmatig mijlenver van elkaar verwijderd. Toen ik zeven was vertrok mijn moeder met ons uit het gebouw en zag ik mijn vader minder vaak. Maar al die tijd was duidelijk: mijn ouders waren elkaars blik kwijtgeraakt en keken totaal anders naar mijn kleine wereld.
Ergens in dit verhaal is mijn fascinatie ontstaan voor de totaal verschillende perspectieven van mensen. Ik vraag me altijd verwonderd af: waar komt iemands blik vandaan? Wat heb je meegemaakt, dat je zo kijkt? Waarom kijken mensen zo verschillend naar dezelfde werkelijkheid, zelfs als ze naast elkaar wonen? Waarom raken mensen in een conflict? En wat doet het als je een inkijkje krijgt in elkaars hoofd?
Elkaars blik begrijpen, kan mensen dichterbij elkaar brengen, of op zijn minst voor meer empathie zorgen. Ook dat heb ik heel vaak zien gebeuren, toen ik ouder werd. En dat is precies wat ik wil bereiken als interviewer, coach, schrijver, journalist, verhalenverteller. Ontdekken wat iemands blik is en waar die ontstaan is. Empathie mogelijk maken. Dichterbij elkaar komen.
1990 | Dichterbij mezelf – De onmogelijke amazone indiaan
Van binnen voel ik me een mix van een 21e-eeuwse kosmopoliet en een oervrouw en daardoor soms ietwat misplaatst in onze snelle, materialistische en kapitalistische wereld. Als kind schreef ik in mijn dagboek. “Ik wil graag amazone indiaan worden, maar weet dat dat niet kan, omdat ik daar nou eenmaal niet geboren ben.” Mijn favoriete boek was Naya Nuki, over de solo-voettocht van een 11-jarig indianenmeisje. Mijn favoriete muziek Material girl van Madonna… Met een vriendin mijmer ik soms over hoe het zou zijn geweest als we in een simpelere tijd waren geboren, waarin mensen nog samenwoonden in kleine dorpen. Waar ieder een rol had en alles met elkaar verbonden was. Hadden we ons daar meer op onze plek gevoeld of is dat een misplaatst idee? Feit is dat ik van veel dingen houd die verbindend en helend zijn en al bestaan sinds mensenheugenis. Feesten waarbij mensen samen zingen, lange trektochten in de natuur, schelpen en stenen zoeken en bewonderen, met mijn handen werken, zelf dingen maken zoals kleding, eten of brood. Kleding repareren. Uiteraard geniet ik ook intens van totaal hedendaagse dingen zoals Netflix-series bingen, tekenspullen uit Japan bestellen en languit chillen op de vloerverwarming. Maar ik voel ook iets knagen: welke van deze dingen brengen ons als mensen echt verder? Welke hoeveelheid scrollen en comfort houden mij af van verbinding met andere mensen en met het grotere geheel?
In elke tijd sinds er bezit bestaat, zijn er machten die ons (deels) afhouden van wat we als levende, creërende, liefhebbende wezens nodig hebben. Vroeger was het de kerk, nu zijn het bedrijven. Als zij het niet in ons hoofd geplant hadden dat het moest, zou ik mijn benen niet scheren. Dat is misschien niet iets groots of dramatisch, maar het is wel een symptoom van onze verwoestende consumptiemaatschappij. Hoe zijn we zo ver afgedreven van een circulair bestaan, een manier van leven die respectvol omgaat met toekomstige generaties en met andere organismen? Die tegenstelling tussen wat we écht nodig hebben en wat we ons laten aansmeren door het systeem, fascineert me mateloos. In hoeverre moet ik in het keurslijf meegaan, en waar trek ik een grens? Wat zorgt ervoor dat we steeds verder van de natuur verwijderd raken, en daarmee misschien ook van onze eigen oorsprong? Hoe kunnen we alle hedendaagse kennis, technologie en wetenschap inzetten voor méér verbondenheid, duurzaamheid en circulariteit? En: hoe komen we dichterbij onszelf? Voor mij is kunst maken een manier om deze vraagstukken te onderzoeken.
1991 | Verhalen – De archeoloog & waar we vandaan komen
Als kind leek het me ontzettend leuk om dagenlang op mijn knieën in het stof te liggen en met een kwastje botten, kruiken en oude nederzettingen op te graven. Het gevoel dat je door een tijdvenster in het verleden kon kijken en een glimp kon opvangen over hoe mensen vroeger leefden, leek me geweldig interessant. Rond diezelfde tijd, ik was een jaar of 9 oud, vond ik een keer een dode muis op straat. Ik maakte een klein grafkistje van een theedoosje en begroef het dier onder de heg voor ons huis, met het idee dat ik het later zou opgraven en de botten zou kunnen verkopen aan het museum. Ik dacht dat ik er misschien wel 25 gulden voor zou krijgen. Toen ik het beest twee dagen later onder de aarde vandaan haalde, was het helaas nog altijd een stinkende dode muis, in een vochtig, verkreukt theedoosje, maar nu vol met kleine kriebelbeestjes. Ik was teleurgesteld, maar nog altijd vast van plan om archeoloog te worden. Ook al vond ik de geschiedenisles op school ontzettend saai. Geen wonder: we moesten alleen stencils met jaartallen en namen van koningen en oorlogen uit ons hoofd leren. Terwijl ik wilde weten hoe mensen vroeger leefden. Wat onze voorouders uitspookten. Hoe het voelde in een andere tijd. Ik was op zoek naar verhalen. Ik verslond dan ook meer boeken dan er op de plank in de klas stonden, las zelfs stiekem tijdens de les. Ik ben nooit archeoloog geworden, maar wél een graver naar verhalen. Ik ben nog steeds benieuwd naar waar we vandaan komen. Ik houd ontzettend van literaire non-fictie over historische verhalen en mensen. Ik wil nog steeds verborgen verhalen zichtbaar maken. Een venster scheppen waardoor je naar een andere plek of tijd kunt reizen, in je verbeelding.
1986-1994 | Illustraties – Het mijmerende meisje
Het andere beroep dat ik als kind ambieerde, was dat van illustrator. Ik was dol op tekenen. Mijn zusje zou de kinderboeken schrijven ik zou de prenten maken. Tekenen ben ik altijd blijven doen, maar de opleiding die ik koos was eerst beeldhouwen en daarna journalistiek. Pas op mijn 38e deed ik een jaaropleiding illustratie, en het heeft me niet meer losgelaten. Het kleine meisje in mij heeft eindelijk haar zin gekregen 😊
